Distel: Dis met de notenwaarde van een tel


Free counter and web stats
Fagot


Fagot Dulcian De fagot bestaat uit een houten buis die dubbelgeklapt is. Hierin zit een S-vormige metalen, buis waarop het dubbelriet wordt geplaatst. Het dubbelriet van de fagot is groter dan dat van de hobo. Zoals bij de andere houten blaasinstrumenten, zitten ook in de fagot gaten met daarboven een kleppenmechaniek. De fagot is in de 2e helft van de 17e eeuw ontstaan uit een ander instrument: de dulcian (ook wel curtal genoemd). Links een plaatje van een fagot en een dulcian. Contrafagot
De dulcian was een dubbelrietinstrument dat is ontstaan in de 16e eeuw. Het instrument werd zowel binnen als buiten gebruikt. De dulcian had een zachter geluid dan de schalmei en kon daardoor binnen beter gebruikt worden dan de schalmei. De naam 'dulcian' komt van het Latijnse woord 'dulcis', wat 'zacht' betekent. Dulcians waren er in verschillende groottes.
Een ander soort fagot was de 'Wurstfagott', oftewel de ranket. De Duitse benaming voor het instrument geeft al een beetje aan dat het instrument niet groot was (voor het oog tenminste). Hiernaast een plaatje van een ranket (in werkelijkheid ong. 28 cm hoog). Het lijkt een klein instrument maar in het bredere gedeelte is de buis een aantal keer omgeklapt. Als je de buis helemaal recht zou buigen, dan zou je een behoorlijk instrument krijgen. Ranketten kwamen in verschillende afmetingen voor.
Ranket
Contraforte Omstreeks de 19e eeuw ontstonden er 2 typen fagotten met elk een eigen kleppensysteem: de buffetfagot (genoemd naar de Franse bouwer Auger Buffet) en de heckelfagot (naar de Duitse bouwer J.A. Heckel). Na 1875 zijn er nog slechts kleine veranderingen aangebracht.
De contrafagot is het grootste houten blaasinstrument. Vanwege zijn lengte is de buis zo gevouwen dat er voor een deel 3 buizen naast elkaar lopen. Het instrument rust met een pin op de grond. De contrafagot geeft een zeer laag knorrig geluid.
Rechtsboven een afbeelding van een contrafagot (niet in verhouding tot de fagot en de dulcian).
De eerste contrafagotten waren niet erg geslaagd en al gauw kwamen er instrumenten die de contrafagot moesten vervangen, zoals bijvoorbeeld de rietcontrabas. Een andere variant op de contrafagot is de contrabassofoon, uitgevonden omstreeks 1850 (rechts). Er zijn er niet zoveel van gemaakt. Het instrument lijkt erg op de contrafagot zoals hij er in die tijd uit zag. Het grootste verschil is dat de buis wat wijder is.
Een moderne versie van de contrafagot is de contraforte (links). Dit instrument wordt gebouwd door de Duitse firma Guntram Wolf in samenwerking met de firma Eppelsheim (bekend door de tubax).
Voor kinderen is de fagot van normale afmetingen vaak te groot en te zwaar. Voor hen is de fagottino ontwikkeld, oftewel de kinderfagot. Fagottino's zijn er in twee maten: de kwartfagot en de kwintfagot. De grepen zijn hetzelfde als die van de normale fagot, maar doordat de instrumenten kleiner zijn, klinken ze hoger. Voor deze instrumenten wordt vaak de Engelse of Duitse benamingen gebruikt (Quartfagott / quart-bassoon en Quintfagott / quint-bassoon). Daarnaast komt ook de term tenoroon voor: een combinatie van "tenor" en "bassoon". De tenoroon is een instrument dat ontwikkeld is uit de dulcian. Het kwam in verschillende afmetingen voor, waarvan er tegenwoordig nog twee zijn overgebleven, bekend als de kwart- en kwintfagot.
Contrabassofoon


Antonio Vivaldi - Fagotconcert in C - Larghetto
Daniel Dorff - In a Deep Funk, Dance Set for unaccompanied contrabassoon - Funk Scherzo (fragment)