Octopus: achtste muziekwerk
Home
Blaasinstrumenten
Snaarinstrumenten
Slaginstrumenten
Overige
Hout
Koper
Klavier
Strijkinstrumenten
Tokkelinstrumenten
Klavier
Met een vel
Zonder een vel
Mechanisch
Elektrisch
Blaasinstrumenten
>>
Hout
>>
Dubbel riet
>>
Fagot
Index
Woordenboek
Gastenboek
Nieuw
Bandoneon
Cello
Contrabasklarinet
Fagottino
Marimba
Orgel
Saxonette
Fagot
De fagot bestaat uit een houten buis die dubbelgeklapt is. Hierin zit een S-vormige metalen, buis waarop het dubbelriet wordt geplaatst. Het dubbelriet van de fagot is groter dan dat van de hobo. Zoals bij de andere houten blaasinstrumenten, zitten ook in de fagot gaten met daarboven een kleppenmechaniek. De fagot is in de 2
e
helft van de 17
e
eeuw ontstaan uit een ander instrument: de
dulcian
(ook wel
curtal
genoemd). Links een plaatje van een fagot en een dulcian.
De dulcian was een dubbelrietinstrument dat is ontstaan in de 16e eeuw. Het instrument werd zowel binnen als buiten gebruikt. De dulcian had een zachter geluid dan de
schalmei
en kon daardoor binnen beter gebruikt worden dan de schalmei. De naam 'dulcian' komt van het Latijnse woord 'dulcis', wat 'zacht' betekent. Dulcians waren er in verschillende groottes.
Een ander soort fagot was de 'Wurstfagott', oftewel de
ranket
. De Duitse benaming voor het instrument geeft al een beetje aan dat het instrument niet groot was (voor het oog tenminste). Hiernaast een plaatje van een ranket (in werkelijkheid ong. 28 cm hoog). Het lijkt een klein instrument maar in het bredere gedeelte is de buis een aantal keer omgeklapt. Als je de buis helemaal recht zou buigen, dan zou je een behoorlijk instrument krijgen. Ranketten kwamen in verschillende afmetingen voor.
Omstreeks de 19
e
eeuw ontstonden er 2 typen fagotten met elk een eigen kleppensysteem: de buffetfagot (genoemd naar de Franse bouwer Auger Buffet) en de heckelfagot (naar de Duitse bouwer J.A. Heckel). Na 1875 zijn er nog slechts kleine veranderingen aangebracht.
De contrafagot is het grootste houten blaasinstrument. Vanwege zijn lengte is de buis zo gevouwen dat er voor een deel 3 buizen naast elkaar lopen. Het instrument rust met een pin op de grond. De contrafagot geeft een zeer laag knorrig geluid.
Rechtsboven een afbeelding van een contrafagot (niet in verhouding tot de fagot en de dulcian).
De eerste contrafagotten waren niet erg geslaagd en al gauw kwamen er instrumenten die de contrafagot moesten vervangen, zoals bijvoorbeeld de
rietcontrabas
. Een andere variant op de contrafagot is de
contrabassofoon
, uitgevonden omstreeks 1850 (rechts). Er zijn er niet zoveel van gemaakt. Het instrument lijkt erg op de contrafagot zoals hij er in die tijd uit zag. Het grootste verschil is dat de buis wat wijder is.
Een moderne versie van de contrafagot is de
contraforte
(links). Dit instrument wordt gebouwd door de Duitse firma Guntram Wolf in samenwerking met de firma Eppelsheim (bekend door de
tubax
).
Voor kinderen is de fagot van normale afmetingen vaak te groot en te zwaar. Voor hen is de
fagottino
ontwikkeld, oftewel de kinderfagot. Fagottino's zijn er in twee maten: de kwartfagot en de kwintfagot. De grepen zijn hetzelfde als die van de normale fagot, maar doordat de instrumenten kleiner zijn, klinken ze hoger. Voor deze instrumenten wordt vaak de Engelse of Duitse benamingen gebruikt (Quartfagott / quart-bassoon en Quintfagott / quint-bassoon). Daarnaast komt ook de term
tenoroon
voor: een combinatie van "tenor" en "bassoon". De tenoroon is een instrument dat ontwikkeld is uit de dulcian. Het kwam in verschillende afmetingen voor, waarvan er tegenwoordig nog twee zijn overgebleven, bekend als de kwart- en kwintfagot.
Fagot
Antonio Vivaldi - Fagotconcert in C - Larghetto
Contrafagot
Daniel Dorff - In a Deep Funk, Dance Set for unaccompanied contrabassoon - Funk Scherzo (fragment)
Zonder riet
Dubbel riet
Enkel riet
Scherp
Zacht