Mazurka: gehuwd met pazurka


Free counter and web stats
Mechanische varianten van traditionele instrumenten


Van een aantal traditionele instrumenten bestaan er al heel lang mechanische varianten. In de Middeleeuwen kende men de draailier. Dat was geen lier maar een mechanische viool. Bij de draailier liet men de snaren trillen door aan een handel te draaien. Door middel van toetsen werden de snaren afgestopt om zo de toonhoogte te bepalen. Hieronder een draailier:
Draailier
Op ongeveer dezelfde manier werkte het Geigenwerk, een mechanisch klavecimbel uit de 16e eeuw. Ook hier gingen de snaren trillen door aan een handel te draaien. Door toetsen werd de toonhoogte bepaald.
De automatische viool was een viool in een soort kast. Boven deze viool zaten allemaal kleine strijkstokken die de snaren konden laten trillen. Het stoppen van het trillen gebeurde door een stukje metaal dat tegen de snaar werd gedrukt.
Meer ingewikkelde vormen van automatische instrumenten waren 'installaties' waarin meerdere instrumenten zaten die automatisch bespeeld werden. Men kon dan voor een bepaald instrument kiezen.
Het orchestrion (rechts) was een vorm van een automatisch orgel. Net als bij een gewoon orgel zaten er in het orchestrion orgelpijpen. Deze werden in werking gesteld door cilinders met pennen of geperforeerde rollen. In Duitsland kwam je ze in verschillende vormen tegen.
In het begin van de 20e eeuw kwamen de zelfspelende xylofoon en de automatische harp voor. De xylofoon werkte met een cilinder met pennen, de harp met een muziekrol.
Orchestrion