Fauré: Frans, ligt tussen faudo en faumi


Free counter and web stats
Klarinet


De klarinet is omstreeks het jaar 1700 uitgevonden door J.C. Denner uit Neurenberg. Het instrument is ontstaan uit de chalumeau. Vanaf het ontstaan heeft de klarinet een grote ontwikkeling doorgemaakt, o.a. door de toevoeging van meerdere kleppen, zoals bij de fluit en hobo. Veel instrumentbouwers hebben het instrument verbeterd. In het begin van de 18e eeuw verbeterde de Russische Ivan Müller de klarinet sterk met een nieuw kleppensysteem. De klarinet die Müller bouwde werd echter niet geaccepteerd door een comité van het Conservatorium van Parijs. Hij had die goedkeuring nodig om zijn klarinet in massaproductie te vervaardigen. De reden was dat men dacht dat de verschillende klarinetten die er toen bestonden een verschillende klank hadden. Die moesten behouden blijven. Müllers klarinet maakte die instrumenten juist overbodig.
Bij de fluit is Theobald Böhm genoemd. Böhm heeft ook invloed gehad op de ontwikkeling van de klarinet. De Franse Hyacinthe Klosé bouwde een klarinet die gebaseerd was op het systeem dat Böhm bij de fluit gebruikte. Deze klarinet, die tegenwoordig nog gebruikt wordt, wordt ook wel de Böhm-klarinet genoemd, hoewel die benaming strikt genomen onjuist is. De derde belangrijke persoon is Oskar Öhler. Hij combineerde de klarinet van Müller met de Böhm-klarinet. Deze klarinet wordt tegenwoordig ook nog gebruikt.
Belangrijk bij de klarinet is het riet dat op het mondstuk zit. In tegenstelling tot de hobo en fagot is dit een enkel riet dat met een rietenbinder op het mondstuk wordt vastgezet. Hieronder een afbeelding van een enkel riet:
Klarinetriet
Het enkel riet wordt net als het dubbelriet van bamboe gemaakt. Eerst wordt het bamboe in stukken gesneden van anderhalf keer de lengte van het riet. Vervolgens wordt het in vieren gespleten. Aan de achter- of binnenkant wordt het dunner gemaakt tot het op de vereiste dikte is.

Tegenwoordig bestaat de klarinetfamilie uit zeven leden (van klein naar groot):
1. Es-klarinet (sopraan)
2. Bes-klarinet
3. A-klarinet
4. Altklarinet
5. Basklarinet
6. Contra-altklarinet
7. Contrabasklarinet

De Bes- en de A-klarinet worden het meest gebruikt. De hoge tonen zijn scherp en doordringend, de lage zijn rond. Tussen deze twee instrumenten zit niet zoveel verschil (qua toonomvang schelen ze een halve toon). De Es-klarinet wordt gebruikt voor speciale effecten.
De basklarinet is zoals de naam al zegt het baslid van de klarinetfamilie. De (contra-)altklarinet en de contrabasklarinet komen niet zoveel voor, bij de wat grotere klarinetensembles kun je er wel eens eentje tegenkomen. Soms wordt de contra-altklarinet ook wel eens contrabasklarinet genoemd. In dat geval wordt er gesproken over een contrabasklarinet in Es (=contra-altklarinet) en een contrabasklarinet in Bes.
Om een indruk te geven van de lengte van de instrumenten: de Es-klarinet is ongeveer 48 cm lang, de contrabasklarinet 2,70 m.
Alle klarinetten worden op dezelfde manier gebouwd. Alleen de vier grootste klarinetten hebben een iets afwijkende vorm t.o.v. de eerste drie. De beker is naar boven gebogen, omdat het instrument anders (bijna) op de grond zou staan. Het mondstuk is naar de speler toegebogen. Bovendien is bij de grotere instrumenten het bovenste en onderste gedeelte van metaal gemaakt.
Hieronder een As-klarinet, een Es-klarinet, een Bes-klarinet, een basklarinet en een contrabasklarinet. Een As-klarinet is nog iets kleiner dan een Es-klarinet, en komt voor in Zuid-Europa. De eerste drie zijn niet in verhouding tot de laatste twee. De basklarinet is ongeveer twee keer zo lang als de Bes-klarinet. De contrabasklarinet is ongeveer twee keer zo lang als de basklarinet. In het plaatje is te zien dat de contrabasklarinet helemaal van metaal is (behalve het mondstuk) en de anderen van hout. Dit hangt van het merk klarinet af. Er bestaan ook contra-alt/contrabasklarinetten die qua vorm lijken op een hele grote basklarinet. Die zijn voor het grootste deel van hout.
Klarinetten BasklarinetContrabasklarinet
Er zijn twee klarinetten die heel erg zeldzaam zijn. Je kunt ze ook wel de reuzen onder de klarinetten noemen. Dat zijn de subcontra-altklarinet en de subcontrabasklarinet. Ze zijn bijna 2x zo groot als resp. de contra-altklarinet en de contrabasklarinet. Van de subcontra-altklarinet zijn er maar drie op de wereld, van de subcontrabas maar één. Deze instrumenten zijn gemaakt door de firma Leblanc. Deze firma maakt al zo'n 100 jaar klarinetten. De subcontrabasklarinet is nooit verkocht maar is onderdeel van de persoonlijke collectie klarinetten van dhr. Leblanc. Er valt overigens moeilijk op te spelen. Om te beginnen is de lengte van het instrument een probleem. Daarnaast liggen de laagste noten onder de grens van het menselijk gehoor.

Bernhard Henrik Crusell - Klarinetconcert nr. 2 - deel 1
Francisco Mignone - Valsa Improvisada
Giacinto Scelsi - Maknongan